Tipperblog verhuist

Jawel, je leest het goed: tipperblog verhuist. Enfin, is al verhuisd zelfs.

Je vindt alle oude én nieuwe blogposts vanaf nu op mijn nieuwe Medium site:  https://medium.com/tipperblog

Opslaan die link ! Tot binnenkort !

 

verhuis

 

 

Wat nu? (2)

Na de aanslagen van Parijs schreef ik de blogpost Wat nu? De aanslagen in Brussel van deze week zijn echter letterlijk veel te dichtbij om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Sommige mensen zijn in diepe rouw, anderen worden zeer ongerust door de gebeurtenissen, nog anderen relativeren ze weg in het licht van de recente geschiedenis. Er valt voor elke menselijke reactie wel iets te zeggen. Het is des mensen dat iedereen emoties anders verwerkt en anders omgaat met wat hij/zij persoonlijk meemaakt.

Wat echter wel opvalt, is hoe sommige politieke leiders omgaan met wat gebeurd is en met wat de vermeende oorzaken zijn. In een periode waarin enkel verbinding onze samenleving vooruit kan helpen, stimuleren sommigen permanent de verdere polarisatie van onze maatschappij. Honderdduizenden goedbedoelende Vlamingen van allochtone afkomst krijgen een etiket opgeplakt, een label van ‘onbetrouwbaar’. Het is niet minder dan een enorme schande hoe sommige politici geen enkele kans onbenut laten om hun eigen polariserend en separatistisch gedachtengoed te verspreiden op kap van diep ingrijpende gebeurtenissen, zoals de aanslagen van afgelopen week. We kunnen dit niet blijven aanvaarden. We kunnen niet blijven toekijken hoe onze samenleving in stukken gehakt wordt, terwijl de echte strijd die van een verenigde multiculturele samenleving tegen een kleine groep criminelen moet zijn.

De robotrevolutie

Een tijdje geleden schreef ik deze tekst voor GentM. GentM is een groep vrienden en collega’s, bij mekaar gebracht door Fredo De Smet. Samen maken we sinds enkele maanden een podcast over de invloed van technologie op ons leven, met als titel ‘How Life Works‘. Bedoeling is te ontdekken wat technologie écht met ons leven doet. Voor aflevering 8 gingen we eind januari op bezoek bij prof. dr. ir. Bram Vanderborght (VUB) om te praten over de robotisering van de wereld. Het twee uur durende gesprek met Bram werd een enorme eye-opener voor ons. Die openbaring beschreef ik in deze tekst. Een tekst, die ik jullie niet wou onthouden.

 

1456560224935

© Renate De Martelaere

 

Of ik geïnteresseerd was om mee te gaan op locatie, voor de opname van een nieuwe How Life Works over robots? Als Fredo iets vraagt, zeg je niet zomaar nee. En toch was dát deze keer mijn antwoord. Een locatie-opname over robots kan natuurlijk wel interessant worden, maar een opname overdag, middenin de week? “Sorry, maar ik moet jammer genoeg passen”, werd het dus toch. Tot enkele dagen later bleek dat de opname op een vrijdag viel en dat mijn agenda heel uitzonderlijk nog leeg was. Ik kon niet snel genoeg laten weten dat ik toch mee wou.

En maar goed ook, want het werd een fantastische ervaring. De rit naar Brussel was naar goede gewoonte ellendig, de batterijen van de recorder bleken plat te zijn, en de SD-kaart vol, maar wát een eye-opener was dat gesprek met Bram Vanderborght toch.

Robots kende ik tot die dag vooral uit de media. Ik las de afgelopen jaren met veel interesse de massa krantenartikels over hoe intelligente machines onze saaiste en meest repetitieve jobs zullen vervangen. We kennen robots al langer, vooral dan uit de auto-industrie, maar nu zullen ze traag maar zeker onze volledige arbeidsmarkt indringen. In grote, fancy, spierwitte ateliers in Azië en de VS ontwikkelen hoogopgeleide ingenieurs de machines van de toekomst. De verhalen over de sectoren die ze zullen bedreigen, over de gevolgen op vlak van tewerkstelling en over de secundaire problemen die zullen ontstaan: ik las ze allemaal. Het zijn allesbehalve vrolijke toekomstbeelden. De captains of industry kijken met zéér gemengde gevoelens naar de toekomst. Robots die personeel overbodig maken,en taken perfect en bovendien 24/7 uitvoeren zijn natuurlijk geweldig. Maar zal hun eigen sector, en dus ook hun eigen bedrijf de robotic revolution wel overleven?

Bram stelde ons meteen gerust. Robots worden niet ontwikkeld in hippe R&D-centers met massa’s budget. Nee, robots worden gewoon ontwikkeld in een grauwgrijze elektromechanische werkplaats van de VUB. En ja, de samenwerking met de industrie is uiterst belangrijk. Maar nee, de komst van de robots zal veel minder invasief zijn dan we denken.

Een robotic evolution, eerder dan een robotic revolution dus. De angstaanjagende analyse die de top van de financiële en economische beau monde op het World Economic Forum nog maar enkele uren ervoor had gepubliceerd, veegde Bram in één beweging van tafel wegens volstrekt ongefundeerd. Dát kon alvast tellen en hij had meteen onze aandacht vast.

Het werd een zeer genuanceerd verhaal. Vooreerst werd duidelijk dat er nog massaal veel onderzoek te doen is naar hoe de mechanica van een mens (hoofdzakelijk onze armen en benen) wordt aangestuurd. Niet alle commando’s blijken vanuit onze hersenpan te komen, ook het ruggenmerg en bij uitbreiding ons volledige zenuwstelsel spelen een belangrijke rol. Alleen is de cruciale vraag wat van waaruit gestuurd wordt,.Dat blijkt toch nog een groot mysterie te zijn. Men is er nog niet in geslaagd gedetailleerd te bepalen welk commando van waaruit vertrekt. Logisch gevolg daarvan is dat een mens niet zomaar na te bouwen is, en dat dat ook niet voor meteen zal zijn. Je kan geen kopie maken voor je het origineel doorgrond hebt.

Bram maakte ook heel snel duidelijk dat de invasie van robots geen of-of verhaal is, maar echt een én-én kwestie. Een taak in een bedrijf zal niet uitgevoerd worden door ofwel een robot ofwel een mens. Nee, robots en mensen zullen samenwerken. Sommige deeltaken zullen overgenomen worden door robots omdat ze voor de mens fysiek te belastend of veel te repetitief zijn. Maar heel wat deeltaken zullen blijvend door mensen uitgevoerd worden. Hij gaf als voorbeeld dat aan een montageband in een fabriek een robot de zware onderdelen uit de voorraad zal ophalen en ze naar de juiste plaats zal brengen. Maar het zal wel een mens zijn die het onderdeel vastzet, aansluit en controleert. Het wordt een echte interactie tussen mens een robot.

Een ander voorbeeld is het exoskeleton. Dat is een soort robotpak dat gebruikt wordt om mensen met een zware fysieke beperking (bvb een dwarslaesie, een onderbreking van de zenuwbanen in het ruggenmerg) te laten stappen. Een bekend gebruiker is ex-triatleet Marc Herremans, die door het exoskeleton terug kan stappen na een zwaar ongeval. Zijn robotpak neemt cruciale functies over die zijn eigen lichaam niet meer kan uitvoeren. De robot als natuurlijke aanvulling op de mens.

Voor dergelijke patiënten maakt het robotpak een gigantisch verschil. Omdat het pak weggevallen functies overneemt, kan de patiënt in kwestie terug min of meer ‘normaal’ bewegen. De invloed op fysiek, mentaal en sociaal vlak is echt enorm. Dergelijke patiënten maken zich geen zorgen meer over hoe bedreigend robotics kunnen zijn, want zij ondervinden elke dag het bewijs van het tegendeel.

Maar het mooiste en meest inspirerende deel van het gesprek was het perspectief op de toekomst. Door fysiek belastende en mentaal uitputtende deeltaken door te schuiven naar robots, creëren we meer vrije tijd voor de mens als individu. We zullen in de toekomst betere jobs hebben en minder moeten werken, omdat we geholpen worden door robots. En daardoor zullen we meer vrije tijd hebben. Vrije tijd die we kunnen gebruiken om beter en anders met onze medemens om te gaan: onze partner, onze kinderen, vrienden en familie, anderen. We zullen meer tijd hebben om voor mekaar te zorgen, en om quality time met mekaar door te brengen. De robots zullen ons bevrijden van onze overvolle agenda en van de dagelijkse sleur.

Want het is daar, op dat punt, dat het soms vage toekomstbeeld van het basisinkomen voor mij opeens heel concreet en helder wordt. Als we allemaal minder werken, hebben we een pak minder inkomsten, en wordt het waarschijnlijk wel nodig dat de overheid ons voorziet van een basisinkomen. Een basisbedrag dat elke burger elke maand op de rekening gestort zal krijgen, als compensatie omdat er minder werk te doen is. De overheid kan dat betalen omdat zijn burgers een heel pak gelukkiger geworden zijn in de nieuwe situatie. De individuele burger zal veel minder beroep moeten doen op bijvoorbeeld ziekte-uitkeringen en andere compensaties van diezelfde overheid, waardoor de uitbetaling van een basisinkomen een haalbare kaart wordt. Rutger Bregman omschrijft deze evolutie als de stijging van het Bruto Nationaal Geluk. Het geluk en het individueel welzijn van de burger worden de nieuwe norm in onze maatschappij, en niet meer de pure economische wetmatigheden zoals we ze vandaag kennen. Ik geloof dat het wel eens de allergrootste verandering van deze eeuw zou kunnen worden. En dat allemaal met dank aan die dekselse robots.

Het bezoek aan het robotatelier van de VUB werd voor mij een echte openbaring. Ik kon er achteraf niet over zwijgen en had nood aan een uitlaatklep. Fredo werd mijn slachtoffer. De volgende uren en dagen werd hij bestookt met een complete overload aan e-mails, SMS’en, tweets en Slack-berichten over het gesprek met Bram. Er moest nagepraat worden.

Het bezoek deed mij inzien dat we de komst van robots niet als een bedreiging moeten zien, maar als een unieke kans. Een kans om van onze wereld een betere plek te maken, ondersteund door de technologische evolutie, die we uiteindelijk als mens toch ook maar mooi zélf bedacht hebben.

Kortrijksepoortstraat, Gent

Net geen tien jaar is het intussen dat we hier wonen. Vreemd eigenlijk, hoe je op het moment dat je een huis koopt, eigenlijk niet echt weet waar je terechtkomt. Niet dat we hier niet graag wonen, want we zijn hier heel gelukkig. Maar het zijn meer de kleine dingen des levens die pas duidelijk worden na enkele jaren.

De aanwezigheid van de tram bijvoorbeeld. Uiteraard weet je op voorhand dat de tram door je straat rijdt. En dat blijkt bijzonder handig te zijn. De halte is amper 50m van ons huis en brengt ons in no-time naar het centrum of het station. En nee, het stoort niet dat er dagelijks tientallen trams voorbij rijden. We horen ze zelfs niet. Vreemd is wel dat de tram voor heel wat indirecte gevolgen zorgt. Voor kleine scheurtjes in de hoeken van ons vers verbouwd huis bijvoorbeeld. Veroorzaakt door de trillingen van die tram. Jammer, maar niet onoverkomelijk. Hetzelfde geldt voor het asfalt tussen de sporen in het begin van de straat. Nauwelijks nog befietsbaar, en blijkbaar heel lastig om grondig te laten herstellen, maar hey, er zijn ergere dingen in de wereld dan een bultig strookje asfalt.

Een ander gevolg zijn de nachtelijke werken en leveringen. Herstellingen aan de sporen, leveringen voor werven, oplapwerken aan de riolering: het gebeurt allemaal ’s nachts. Tussen 23u en 05u20, want dan is de eerste tram er alweer. En zo gebeurt het al eens dat je uit je slaap gehaald wordt door het lawaai van vrachtwagens of andere machines. Tot het bouwen en afbreken van volledige torenkranen toe.

IMG_3544

Sinds we er wonen zijn de files – raar, maar waar – enkel verminderd. Geen idee waarom, maar het is wel zo. Enkel op zaterdagnamiddag kan het nog eens fout gaan, al steekt de toeritdosering daar tegenwoordig een stokje voor. Met de buurtwinkels gaat het jammer genoeg ook die kant op: er zijn er steeds minder en minder. De apotheek, het frietkot, de krantenwinkel, de bakker verderop: ze zijn allemaal verdwenen. Vervangen door appartementen of wachtend op een nieuwe bestemming. Gelukkig is er nog de buurtsupermarkt, al is dat natuurlijk niet helemaal hetzelfde.

Wat we totaal niet door hadden, is dat we middenin de studentenbuurt zijn gaan wonen. Het groot aantal studentenkoten in de buurt zorgt voor veel beweging op straat en voor een heel levendige buurt. Soms iets te levendig ’s nachts, al is dat al bij al onder controle. Maar het valt op hoe rustig deze straat is als de studenten terug bij mammie thuis zijn. Altijd leuk om te genieten van de rust, maar na een tijdje begint het toch wat té stil aan te voelen. En is het fijn als de studenten terug zijn en terug leven in de brouwerij brengen. Nadeel is wel dat het heel moeilijk is om een band met de buren op te bouwen, want studenten hebben de neiging elk jaar te verhuizen. Elk jaar nieuwe buren dus, al hebben we gelukkig ook wel wat vaste bewoners leren kennen ondertussen.

Heel leuk voor de kindjes is dat er vanuit het raam altijd iets te zien is. Onze living is op de eerste verdieping, en dat geeft hen een uitstekend uitzicht op wat er in de straat gebeurt. Haastige politiewagens of ambulances, aannemers die stellingen bouwen en met hijskranen werken, voorbijracende taxi’s, soms eens een betoging: er is voor de kinderen altijd wel iets interessants te zien door het raam. Gratis reality tv zonder kijkduurbeperking, hun venster op de stad. Aan de achterkant van ons huis is het dan weer superrustig. De aaneengesloten huizenrij zorgt ervoor dat het binnengebied tussen de gebouwen echt een kleine stadsoase is. Het lawaai van de stad is er gereduceerd tot zacht geroezemoes, en wordt overstemd door het gefluit van koolmezen of merels.

Best een fijne straat dus, de Kortrijksepoortstraat. Super leuke plek, dicht bij alles wat we nodig hebben. Soms rustig, soms druk, maar altijd boeiend. Zo snel krijg je ons hier niet weg.

Co-creatie? WTF is dat?

“Co-creatie, what the fuck is dat?” Dat moet ongeveer mijn reactie geweest zijn vorig jaar op de Gent M meeting, toen het idee geopperd werd om een co-creatie event te doen. Ik hield mij in alle stilte een beetje gedeisd, maar voelde mij allerminst aangesproken. Co-creëren, dat is creëren, en dus voor creatievelingen. Dus meer iets voor de Gent M medewerkers uit de creatieve sector, maar zeker niet voor mij.

Bedoeling was om ergens in juni ‘samen iets te maken’, tijdens een soort hack-a-thon maar dan op creatief vlak. Ik zette de datum voorzichtig in mijn agenda onder het mom ‘we zien wel’. Ik vond het allemaal nogal vaag.

Het zou er echter nooit van komen. De reeks Gent M-events over togetherness evolueerde van vier naar zes avonden, en er kwam een besloten inspiratiesessie bij. Gevolg: geen creatieve hack-a-thon. Exit het co-creatie idee. Alweer een zorg minder.

Na de event-reeks waren we echter aan het brainstormen gegaan over wat onze eigen next step zou worden. Het was duidelijk dat de events over togetherness veel nieuwe vragen hadden opgeroepen, en dat we nog wat op onze honger zaten. Op één van de vele nabesprekingen kwamen we stilaan tot het plan om radioshows te maken. Er volgde een nieuwe brainstormsessie en half november was het ineens zover. Gent M radio was geboren. Een reeks radioshows, verspreid als podcast, over de invloed van digitale technologie op ons leven. Fredo bedacht de geweldige naam ‘How Life Works’, vrij naar het boek van David Byrne.

De trein was vertrokken. Terwijl ik eigenlijk mee een aanstoker was van het idee om radio te maken, werd ik sceptischer over de slaagkansen. We hadden de lat nl. alweer hoog gelegd: er moest een gloednieuwe website komen, we hadden nieuwe grafiek nodig, we moesten het hele redactie- en productieproces uitwerken. Het leek mij een onoverzienbare berg werk, die maar op één manier aangepakt kon worden: een duidelijke opdeling in verschillende taken, een goede werkstructuur en strakke afspraken. Mijn verleden als projectleider speelde mij parten.

Want het werd niets van dat. Er kwam geen duidelijke taakverdeling of werkstructuur. Integendeel, op ons intern communicatieplatform Slack ontstond een discussie over hoever je een organisatie moet organiseren. Conclusie was dat we niet teveel mogen inplannen en structureren, en er eerder moeten voor kiezen om de dingen te laten gebeuren. Het was niet hoe ik gewoon was te werken, maar ik dacht: we zien wel.

En kijk, het is gelukt. Althans tot nu toe. We hebben ondertussen zes radioshows online, die samen al meer dan vijfduizend keer beluisterd zijn. De zevende en achtste show zijn deze week opgenomen en worden de volgende weken gepubliceerd. In de iTunes store staan we zelfs al enkele weken bij ‘Nieuw en noemenswaardig’; als dat geen eer is.

Elke keer opnieuw zijn het andere mensen die meewerken aan de shows. De opname, de editing, de keuze van muziek, het schrijven van teksten, het aanleveren van quotes en grafiek, het verspreiden op sociale media: elke keer opnieuw brengen we dat allemaal in orde, zonder vaste taakverdeling.

Elke keer opnieuw nemen andere medewerkers een deel van het werk op zich, afhankelijk van de tijd die ze hebben, en de feeling met het onderwerp. En dat leidt niet tot een sfeertje waarin we al blij zijn dat het werk gedaan is: er is al evenveel werk in de vuilbak verdwenen dan dat er gepubliceerd is. De lat blijft hoog liggen, the sky blijft the limit.

Terugkijkend op de afgelopen weken besefte ik ineens dat het toch wel geweldig is hoe we dit allemaal voor mekaar krijgen, met zo weinig structuur. En toen, op dàt moment, kwam ik tot het inzicht dat we eigenlijk aan het co-creëren zijn, dat we samen iets aan het maken zijn. Zonder dat ik het zelf door had, blijk ik ineens mee te doen aan een maandenlange hack-a-ton, veel langer en intensiever dan ik zelf voorzien had. Ondanks het feit dat ik zelf geen creatieveling ben, kan ik blijkbaar wel bijdragen aan een co-creatie. En het is nog leuk ook. Sterker nog: het is de max! Als dat geen ontdekking is…

 

Twee antwoorden op twee vragen

Kijk, als het goed is, mag het ook gezegd worden. Het stadsbestuur heeft bakken kritiek gekregen omdat ze onvoldoende communiceerden over het mobiliteitsplan. Maar afgelopen maandag, amper 1 dag na de publicatie van mijn vorige blogpost, kreeg ik ineens dit antwoord via een DM op Twitter:

Maandag 11 januari, 16:22

Beste Tim,

We hebben de vragen uit jouw blogbericht over het Mobiliteitsplan voorgelegd aan onze collega’s van het Mobiliteitsbedrijf. Zij laten hierover graag het volgende weten:

“Dank voor uw vragen. De website stad.gent/mobiliteitsplan wordt momenteel nog volop aangevuld en bijgewerkt, ook naarmate meer details en praktische maatregelen op punt gesteld zijn.

Wat de taxi’s betreft, zijn wij niet van oordeel dat ze ‘gewoon autoverkeer’ zijn. Taxi’s zijn een vorm van openbaar vervoer. Onder andere voor mensen met een mobiliteitsbeperking (bejaarden, mensen met een handicap, enz) waarvoor het gewone openbaar vervoer geen optie is. Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen met een mobiliteitsbeperking door het circulatieplan worden benadeeld. Wel zullen taxi’s niet meer door de verkeersvrije straten mogen rijden op de tijdstippen dat ook fietsers dat niet meer mogen. Ook de Veldstraat wordt verboden terrein voor taxi’s. Hun standplaats naast het voormalige postkantoor in de Pakhuisstraat blijft behouden, alweer vanuit dezelfde visie dat zij openbaar vervoer zijn en geen ‘gewoon autoverkeer’.

De vele knippen in de verkeerscirculatie worden vooral ingevoerd om het fietsverkeer vlotter te doen verlopen. Enkele voorbeelden : Het kruispunt Verlorenkost/Baertsoenkaai wordt volledig autovrij omdat dit een kruispunt is van de oost-west-fietsroute en de Leiepromenade. De Bargiebrug wordt voor alle verkeer, behalve openbaar vervoer afgesloten om dezelfde reden. Alle mogelijke sluikwegen voor autoverkeer worden hermetisch afgesloten om fietsverkeer maximale kansen te geven. Straten die vroeger voor fietsers verboden waren, zoals de Reep ter hoogte van de Seminariestraat en de Holstraat ter hoogte van de Hoogstraat, kunnen dankzij het nieuwe circulatieplan terug voor fietsers opengesteld worden. Het circulatieplan maakt het ook mogelijk om het fietsverkeer zoveel als mogelijk te scheiden van bus- en trambanen.

In vier drukke winkelstraten worden fietsers overdag verboden. De Langemunt, de Koestraat – Kalandeberg, de Mageleinstraat en de Donkersteeg zijn vanaf april 2017 tussen 11 en 19 uur verkeersvrij. Dat wil zeggen: geen bewoners, geen leveranciers, geen taxi’s en ook geen fietsen. Ook de Graslei wordt verkeersvrij tussen 11 en 19 uur, maar enkel in de zomermaanden en als het warm is. Verbod voor fietsers in deze straten is het gevolg van talrijke klachten over het gedrag van fietsers in deze voetgangersstraten en omdat het voetgangersverkeer er op die plaatsen en tijdstippen zo druk is, dat deze de facto voor fietsers als fietsas niet meer bruikbaar zijn.

Het is duidelijk dat dit beperkt is in aantal en tijd en dat voor de rest er in het circulatieplan alleen maar winst is voor fietsers.”

Voor verdere vragen kan je steeds contact opnemen met het Mobiliteitsbedrijf: https://stad.gent/…

Vriendelijke groeten

Gentinfo

Van een snelle, spontane en uitgebreide reactie gesproken! Maar omdat Twitter een modern tweewegs communicatiekanaal is, stuurde ik volgend bericht terug:

Maandag 11 januari, 22:54

Beste,

Bedankt voor het omstandig antwoord.

Het zijn in ieder geval duidelijke antwoorden op mijn vragen, al heb ik bedenkingen bij het beleid naar taxi’s toe.

Graag had ik nog geweten of de as Nederkouter-Kortrijksepoortstraat terug zal opengesteld worden voor fietsers richting station in april 2017? Hopelijk kan ook dit taboe nu eindelijk sneuvelen, en wordt ook hier het STOP-principe correct toegepast. Het zal in ieder geval geen dag te laat zijn. Kan u dit bevestigen?

Mvg

Tim Roggeman

En kijk, enkele dagen later een antwoord:

Vrijdag 15 januari, 14:27

Beste Tim

Als we het circulatieplan bekijken, lijkt het er op dit moment inderdaad op dat de as Nederkouter-Kortrijksepoortstraat niet opengesteld gaat worden als fietsas. (zie https://stad.gent/…).

Je bemerking lijkt ons dan ook zeker terecht en we bezorgen je suggestie aan de collega’s van het Mobiliteitsbedrijf.

Met vriendelijke groeten,

(naam weggelaten)

Gentinfo

Bon. Tijd voor conclusies:

1/ Het stadsbestuur doet via Gentinfo verwoede pogingen om sneller en helderder te communiceren.

2/ Taxi’s worden wel degelijk nog steeds als openbaar vervoer beschouwd, en behouden alle privileges, inclusief standplaats op de Korenmarkt.

3/ Het probleem Kortrijksepoortstraat-Nederkouter raakt wellicht nooit opgelost. Het ontbreekt duidelijk aan moed om hier iets aan te doen.

4/ Tenslotte zijn we een aantal verduidelijkingen over details van de plannen te weten gekomen.

Bijzonder weinig nieuws onder de zon dus, op enkele details na.

Hoe vooruitstrevend het mobiliteitsplan ook beweert te zijn, er zijn wel degelijk nog taboes op vlak van mobiliteit in Gent. Dat is nu wel duidelijk.

Twee vragen over het mobiliteitsplan

Over het nieuwe mobiliteitsplan voor Gent is al massaal veel geschreven, niet in het minst de afgelopen dagen. De pers schrijft hele regiokaternen vol, de sociale media puilen uit van de reacties. Naar het schijnt ontvangt de Schepen zelfs terug brieven.

Eén ding is zeker: het plan kan nooit volledig voldoen aan ieders wensen. Iedereen die wel eens in Gent komt, zal moeten bijsturen en wat van de oude gewoontes afleren. En dat zal niet leuk zijn. Maar ik ben er wel zeker van dat we veel meer gaan terug krijgen, dan wat we moeten afgeven. No pain, no gain. Het plan zal in de toekomst omschreven worden als de cruciale richtingsverandering die van Gent weer een ademende stad gemaakt heeft op vlak van mobiliteit, luchtkwaliteit, leefkwaliteit, uitstraling etc. Er zal naar teruggekeken worden als het plan dat eindelijk keuzes durfde te maken, en een flinke stap vooruit zette in het naleven van het STOP-principe. Want het is dat principe dat de rode draad vormt door het hele plan, en bepalend was voor de gemaakte keuzes.

De Stad Gent publiceerde vorige week een enorme website waarop alle plannen uit de doeken gedaan worden. Stap voor stap, en wijk per wijk wordt uitgelegd wat de genomen maatregelen zijn en wat er verandert, telkens weer met het fameuze STOP-principe als leidraad.

Bij het nalezen van de site blijven echter twee cruciale vragen onbeantwoord:

1/ Wat gebeurt er met de taxi’s? Zullen de privileges die taxi’s nu genieten eindelijk ongedaan gemaakt worden, zodat taxi’s terug gereduceerd worden tot wat ze echt zijn, nl. gewoon autoverkeer? Als het STOP-principe ook voor taxi’s toegepast wordt, zullen ze in ieder geval plaats moeten ruimen voor het openbaar vervoer. Daarom vraag ik mij af of hun privilege zal afgeschaft worden om in éénrichtingsstraten tegen de richting op tram- en busbanen te mogen rijden. Zullen de taxi’s bvb nog door de Lammerstraat mogen rijden als ze vertrekken aan de Zuid? En wat met de stelplaats op de Korenmarkt? Als men mensen echt op de fiets of de tram wil krijgen, zal die toch moeten verhuizen naar enkele straten verder?

2/ Dat fietsers hier en daar moeten wijken voor voetgangers, is een logisch gevolg van het STOP-principe. Stappers komen ten allen tijde op de eerste plaats. Als er op bepaalde plaatsen teveel voetgangers zijn om fietsers veilig door te laten, dan moeten de fietsers wijken. Dat houdt steek. Maar welke rechten winnen fietsers eigenlijk tegenover openbaar vervoer en tegenover autoverkeer? Het is mij niet duidelijk. Zullen fietsers nu eindelijk in élke éénrichtingsstraat in de tegenovergestelde richting kunnen rijden, zonder uitzonderingen? En zullen straten waar fietsers nu gebannen worden ten voordele van het openbaar vervoer, terug opengesteld worden? Dat lijkt mij eigenlijk maar logisch. Trappers hebben namelijk prioriteit tegenover bussen, trams en auto’s. Dus ga ik er van uit dat dit in orde komt.

Ik vind er in de communicatie van de stad echter nergens info over terug. Ik vermoed dat het stadsbestuur deze twee heikele punten mee heeft opgenomen in het plan, want ze zijn de logica zelve en staan al lang ter discussie. Men is vermoedelijk gewoonweg vergeten deze beslissingen te communiceren. Ze zijn zodanig inherent aan de toepassing van het STOP-principe, dat men allicht uit het oog is verloren ze mee te delen aan de bevolking.

Ik ga er dan ook van uit dat het hier gaat om een communicatiefout, en dat deze problemen eindelijk opgelost zijn vanaf 3 april 2017.

Ik kijk er alvast naar uit!

 

Weg met de kerstmarkt

Wat heeft een mens daar eigenlijk aan, aan zo’n kerstmarkt? Ik begrijp het in ieder geval niet. De hele stad is zogezegd ‘omgetoverd in een Winters Paradijs’, maar is in de feiten een ondoordringbaar gebied geworden, vol kraampjes, tuinhuisjes en andere lelijke constructies. De stad stinkt ook, naar wafels en glühwein. Van de klasse die de Kuip van Gent normaal gezien uitstraalt, blijft niets over. Verdrongen door fake gezelligheid, sfeer diep onder het vriespunt. 

Nee, wat mij betreft mag de kerstmarkt meteen weer oprotten.

Dat het maar gauw januari is.  

Mijmeringen op mijn 39e verjaardag

Ik word vandaag 39. Niets speciaals aan de hand, 39 is echt een heel banaal getal. 40, dàt is wat anders. Dàt moet je vieren, met een dikke vette fuif of een uitgebreid diner. Voor zoveel mogelijk vrienden.

Maar toch, 39 is voor mij eigenlijk niet meer of minder belangrijk dan pakweg 18, 21 of 40. What’s in a number? Tijd voor wat mijmeringen over het afgelopen jaar.

  • Mijn 38e jaar was een zwaar jaar. Het is heel slecht gestart met alweer ernstige gezondheidsproblemen in ons gezin. Problemen die intussen weer van de baan zouden moeten zijn, maar die ons hoe langer, hoe meer tekenen. Zodanig tekenen, dat het moeilijker en moeilijker wordt om alles te verwerken. Een proces dat tot op de dag van vandaag bezig is en nog veel tijd zal nodig hebben.
  • Het was echter ook het jaar waarin ik op vlak van werk ‘mijnen draai’ teruggevonden heb. De lange zoektocht om werk- en gezinssituatie te laten matchen heeft een eindpunt gevonden. 2,5 jaar na mijn vertrek bij Videohouse ben ik in Muziekcentrum De Bijloke beginnen werken. Een zàlige plek, waar ik mij supergoed voel.
  • Ik werd ook medewerker bij Gent M, na een oproep op Twitter. Een schitterende organisatie – als je Gent M al een organisatie kan noemen – die mij enorm veel energie en inspiratie teruggeeft.
  • Maar wat betekent 39 worden eigenlijk? Ben ik nu halfweg in het leven? Of is dat maar binnen enkele jaren? Wat is de levensverwachting voor een man in Vlaanderen tegenwoordig? En betekent dat, dat het leven vanaf nu alleen maar beter wordt, met dank aan een half leven ervaring? Of is het beste al voorbij en het aftellen nu echt wel ingezet?
  • En wat is de rol van Facebook in het vieren van mijn verjaardag? Facebook zorgt ervoor dat iedereen weet dat ik verjaar, en dat ik een berg felicitaties krijg, ook van mensen die ik al een tijd niet meer gezien heb. Heel fijn gevoel, maar moet ik nu het hele jaar opletten om al die mensen ook op de juiste dag terug te feliciteren?
  • Nu ben ik nog een dertiger. Nog één jaar lang, maar volgend jaar zal ik het stukje tekst ‘Over Tipper‘ toch mogen aanpassen. ‘Een blog over het leven van een veertiger in Gent’ klinkt toch heel anders dan een blog van een zoekende dertiger, niet?

Enfin, veel hersenspinsels vandaag. Zou het eigen zijn aan de leeftijd? Of just the time of the year? Wie weet? Ik zal het je volgend jaar laten weten. Als ik 40 ben.

De politieke week samengevat

  • We hebben nog geen klimaatakkoord, want we raken er niet uit, en worden vlotjes de eerste Fossil Of The Day op de internationale klimaattop. Of nee, wacht eens, we hebben er uiteindelijk toch één kunnen afsluiten, en zijn nu toch ineens supermilieubewust.
  • Nu de scheurtjescentrales terug open mogen, hebben we de kerncentrales van Doel 1 en 2 niet meer nodig en mogen ze (zoals afgesproken) dicht. Of nee, wacht eens, we houden ze toch nog tien jaar open en delen nog snel wat geld uit aan Electrabel.
  • De Turteltaks is ongrondwettelijk en kan niet doorgevoerd worden. Of nee, wacht eens, we doen het toch, en voeren manu militari de lineaire belasting in, die vooral armen en alleenstaanden treft.
  • De aangevraagde vergunningen voor Uplace vallen niet goed te keuren binnen het wetgevend kader en missen alle draagvlak op ecologisch, ruimtelijk en maatschappelijk vlak. Of nee, wacht eens, we keuren het Ruimtelijk Uitvoeringsplan toch goed en proberen een doorbraak te forceren.

Politiek, het blijft een ver-van-mijn-bed-show. Zeker in deze tijden.